thanks for following us !

Latest

dag 21 : ‘Belgische geschiedenis’

vrijdag 21 juni

35 km – 650 hm

Onze laatste volledige dag spenderen we in Kigali. Met fietsgids Jean verkennen we een deel van de stad. Ik had eerder al wat gesurfd naar ‘fietsen in Kigali, maar dokter Google wist weinig te vertellen hierover. Ondertussen weet ik denk ik hoe dit komt. Fietsen is hier ‘teen en tander’, op de schaal van op en neer behaald Kigali zeker een topscore. We wanen ons in een Europese stad, alles is hier supermodern en extreem proper, geen papiertje op de grond. Aan de overheersende kleur van de bevolking merkt je dat je in Africa bent. De eerste bestemming van de dag is het ‘Kigali genocide memorial museum’. Terwijl Jean op onze fiets past bezoek wij het museum. Echt blij wordt je hier niet maar het is wel iets dat je moét bezocht/ gezien hebben. Veel confronterender is een paar kilometer verder het ‘Belgian Peacekeepers Memorial’. Dit een monument ter nagedachtenis van de 10 vermoorde Belgische blauwhelmen op 7 april 1994. Het monument bevind zich op de plaats waar het allemaal gebeurde! Het kleine gebouw waar ze zich verschansten en waar ze vermoord werden staat er onaangeroerd mét de kogelgaten nog in de muren. Binnen wordt alles chronologisch nog eens uitgelegd. ( meer info over de genocide en de blauwhelmen ;   http://www.paracommando.com/history.php?naoorlogs.rwanda )

Nadien gaan met Jean een koffie drinken en ronden we na een bezoekje aan de fietswinkel waar hij werkt onze fietsdag af. Onze benen hebben er even genoeg van…

 

dag 20 : ‘ This is Africa ‘( part…..)

Donderdag 20 juni

Een niet te vermijden transferdag vandaag, met de fietsen op het dak verplaatsen we ons naar Kigali. Volgens de gids ongeveer 4 u rijden maar met ‘this is Africa’ in gedachten zijn we redelijk sceptisch. Om 7 u zijn we al onderweg, da’s alvast een goeie start. Om 12 u zouden we er moeten zijn en gegeten hebben want rond die tijd hebben we afspraak met een ‘nieuwe’ gids/ fietser uit Kigali, die ons de mooiste plekjes van de stad zal laten zien. Vandaag nemen we afscheid van onze Ugandese gidsen. Het is wel een beetje anders uitgedraaid. Onze chauffeur Robert, heeft zich van weg vergist, eer we het goed en wel beseffen zijn we een enorme omweg aan het maken, door het Nyungwe national park. Mooi, dat wel, maar geen meter vlak en duizenden bochten die hij aan 40 km/u afmaalt. Het wordt een rampritje. Dat hij was ‘vergeten’ te tanken kwam er nog bij. In een dorp zonder benzinestation en het rode lampje dat aangaf dat het meer dan tijd was om te tanken kregen we het warm en koud tegelijk. Gelukkig is er in Africa voor alles een oplossing, iemand had toch een bidon met 25 liter benzine, we waren gered. In Butare, een grote stad te zuiden van Kigali nog eens verkeerd gereden, het was ons dagje niet. Afijn, om 16.30 waren we eindlijk bij het hotel, zo’n 4 uur later dan voorzien. De Kigali fietstocht zal voor morgen zijn, we hebben gelukkig nog een extra dag. We nemen hier afscheid van Robert en Gerard, ze hebben hun best gedaan de afgelopen weken, hier en daar was het wel een beetje T.I.A.

fullsizeoutput_f2b

dag 19: ‘Kalm varken – grote matras’

Woensdag 19 juni

56 km  – 1200 hm

Laatste dag langs het Kivumeer, de eerste 8 km is nog onverhard, de rest gaan we over asfalt. ‘Rwanda, het land de duizend heuvels’ wordt nogal eens gezegd, het klopt 100%. Of-road klimmen is veel koeler, dat is zeker. Over het asfalt voelen we de hitte letterlijk uit de grond komen, op de middag halen we vlot 30°C. Sinds we in Rwanda zijn hebben we gans de tijd al mooi weer gehad, de bijna constante bewolking  in Uganda zien we hier niet. We zien vaak uitgestrekte rijstvelden, we wanen ons bij momenten in Azie. Verrast zijn we ondertussen niet snel meer maar wanneer we een fietser zien die een grote matras achterop zijn bagagedrager meeneemt of een andere met een meer dood dan levend varken die ons in een afdaling voorbij stuift, dat blijft toch euh….apart. Gaia zou hier niet makkelijk voet aan de grond krijgen….

fullsizeoutput_f2f

fullsizeoutput_f22

 

 

dag 18 : ‘Rustdag op tourparcours’

dinsdag 18 juni

30 km – 790 hm

Een onvoorziene ‘rustdag’, al kan fietsen in Rwanda nooit echt rusten zijn door de opeenvolging van de vele heuvels. Het was voorzien dat we naar een theeplantage hoog in de bergen zouden fietsen, een klim van 35 km, maar het bijhorende guesthouse veranderde sinds kort van eigenaar en is tijdelijk gesloten. Een kortere rit van 30 km over asfalt was een mooi alternatief, hier haalden we toch nog bijna 800 hoogtemeters. Onderweg werden we door een groepje wielertoeristen voorbij gereden op één van vele klimmetjes. Het is een rit uit de Tour of Rwanda die we vandaag deels fietsen. Voor de derde dag op rij logeren we aan het Kivumeer in Gishyta.

 

 

dag 17 : ‘Frietjes met zoete bananen’

maandag 17 juni

64 km – 1480 hm

Afgelopen nacht heeft het stevig geonweerd, benieuwd of het zullen merken aan den ondergrond straks, eens we onderweg zijn. De tweede dag langs het Kivumeer wordt even uitdagend als gisteren zegt Gerard onze gids. Hij is hier voor de vierde keer, hij weet wat er voor ons ligt, ‘vandaag is mijn favoriete stuk van het parcours’ zegt hij. Al van bij het hotel stijgen we 200 meter op iets meer dan 1 km, da’s serieus bergop, de losse stenen van gisteren liggen er nog steeds. Deze strook is tekenend voor eerste deel, de eerste 30 van 64 km. De zon is in goeie doen, het zal een warme dag worden. Vandaag fietsen we vaak op single tracks, het parcours is totaal anders dan gisteren, mooier en vooral minder dikke stenen. We hadden vooraf geen idee welk parcours we gingen hier in Rwanda zouden krijgen maar 1 ding is zeker, het is veel technischer dan we verwacht hadden. Een stevige mountainbike is een must. Onze tandem is hierop wel voorzien maar ik had toch beter een verende vork gemonteerd blijkt achteraf. We fietsen langs veel pittoreske plaatsjes die vragen om een foto. Ook vandaag langs verschillende koffieplantages waar koffiebonen gefermenteerd worden. Nadien worden ze in de zon te drogen gelegd. In de dorpjes die we langsrijden is meestel geen elektriciteit, een koel drankje zit er niet in. Massa’s kinderen zien we, die ook vandaag zonder uitzondering heel enthousiast reageren wanneer we langsrijden. Voor een foto zijn ze soms te verlegen maar Gerard stelt hen dan gerust dat wij ‘goeie muzungus’ zijn. Na 30 km en 900 hoogtemeters  is het tijd voor het lunchpakket dat we deze ochtend meekregen. Gebakken, zoete bananen met frietjes en kip met groenten, dit alles stond al vier uur in het busje, maar honger is de beste saus !  Vanaf hier gaan we nog 34 km over asfalt, het off-road gedeelte stopt hier, het zou te laat worden anders. We deden bijna 4 uur over de eerste 30 km, fotostops inbegrepen, dat zegt veel over de zwaarte van het parcours. Logies vinden we vandaag in Kibuye, opnieuw bij het meer in heel schilderachtige huisjes die ze ‘Rwiza Village’ gedoopt hebben.

fullsizeoutput_e95

 

 

fullsizeoutput_e8d

 

 

 

dag 16 : ‘Congo Nile Trial starts here’

Zondag 16 juni

Vandaag fietsen we de eerste dag op het officiële Conge Nile Trail, genaamd naar de bergketen, niet naar het land of de rivier. Deze route is 227km lang en loopt langs het Kivu meer. De route is gekend bij fietsers en wandelaars en geeft een mooie indruk waarom Rwanda het land van de duizend heuvels genoemd wordt. De afgelegen route is het toneel voor de mooie panoramische kustlijn lang het meer, we fietsen langs thee en koffieplantages en door afgelegen dorpjes waar we getuige zijn van het dagelijks (over)leven. Het is zondag en zien opnieuw dat vooral de vrouwen hun mooiste kleed aangetrokken hebben om naar de kerk te gaan. We stappen onderweg een kerk binnen waar op een groot podium het locale kerkkoor het beste van zichzelf gaf, wel tof om eens mee te maken. Bij het herstellen van een lekke band kunnen we ons onmogelijk eenzaam voelen, meteen staan er 10 kinderen rond ons. Met enkele van hen maak ik een klein ritje achter op de tandem. Amper 40 km stond  vandaag op het programma, ik dacht gisteren, da’s een wandelingetje maar ik durf dit vandaag niet meer herhalen. Het is zwaar door het vele klimwerk maar nog meer door de ruwe rotsige ondergrond. Ons zweet loopt langs alle kanten naar beneden. We logeren in Kinunu, vlakbij het meer.

 

dag 15 : ‘traag omhoog, snel omlaag’

zaterdag 15 juni       85 km – 950 hm

Het Kivumeer, ik ken het enkel van op tv wanneer Rudi Vrankx het er over heeft, dat is onze bestemming van vandaag.Het is een van de meren in het Grote Merengebied in Afrika, gelegen op de grens van Rwanda met CongoKinshasa. De Europeanen ontdekten het Kivumeer, als laatste van de grote Afrikaanse meren, pas in 1894: de Duitse Gustav Adolf von Götzen aanschouwde het meer op 2 mei van dat jaar.

Vanuit Musanze brengt een geleidelijke klim van 25 km ons naar 2350 meter. Het is bewolkt en 13 graden op de top, voor het eerst doen we onze windstopper aan. We zijn nooit alleen onderweg , de vele fietstaxi’s rijden vaak naast en met ons mee. Ze filmen ons vanop hun fiets maar ook voorbijrijdende brommers of auto’s halen hun telefoon boven om ons te vereeuwigen. We ondervinden, nu we verder het land infietsen, dat de mensen vriendelijker zijn. Maar net als in Uganda blijft onze tandem een ongeziene rariteit. Eens op het hoogste punt komt de beloning van al dat klimwerk, een afdaling van 35 km. Zonder amper mee te trappen rijden we makkelijk 60km/u en meer. Het asfalt is breed en biljartvlak. In Gisenyi zien we het Kivumeer voor het eerst. Het is er echt toeristisch, een strand met ligzetels, we komen even in een anderen wereld. In de tuin van het Kivu Lake Hotel eten we een broodje. In dit hotel zien we veel Muzungus, bleekhuiden maar ook zwarten die mooie/ dure kleding dragen. Nadien fietsen we even naar de grenspost met Congo, we kijken uit op de grenspost in Goma, een grensstad van 600.000 inwoners. Een drukte van jewelste, we blijven er maar even, er staan heel snel tientallen mensen rond ons, we zijn hier de enigen die niet bruin zien. Onze hotel, waar we in een overdekte tent slapen ligt nog 1 stevige klim en 8 km verderop. We  kijken uit op het meer, het is echt schilderachtig. In onze tent is 1 stopcontact, dat ik genoeg om al onze digitale spullen op te laden. We krijgen elk een kuip warm water, want de waterleiding is stuk, T.I.A.= this is Africa  😉

 

fullsizeoutput_dd4

dag 14 : ‘give me money…..’

Vrijdag 14 juni

84 km – 1350 hm

We blijven in Musanze en doen uitdagend ritje naar de Twin Lakes, Lake Burera and Lake Ruhondo. We flirten heel de tijd met de 2000 meter grens, we zijn al bijna twee weken op hoogtestage. De uitzichten zijn vergelijkbaar met de Ugandese maar de mensen zijn ‘anders’. De kinderen zijn extreem uitgelaten en lopen mee de berg op. Ze zeggen meestal ‘good morning’ en dit gans de dag door. Regelmatig roepen ze ook stoerweg ‘give me money’ , dan staan er meestal andere kinderen bij.  De volwassenen zijn veel introverter dan de Ugandezen. Een verrassing is het niet, we wisten dat ze gereserveerder zijn. Het parcours was wel de moeite maar de ondergrond was heel ruw, (te)veel stenen. Terug in de stad aangekomen eten en drinken we bij een restaurant met de naam ‘Le petit Bruxelles’. Er zat nog een ‘bleek vel’, het bleek een Limburger te zijn die verhuist is naar Rwanda en een firma heeft opgericht die naar goud gaat zoeken hier in de streek. Hij is overtuigd dat dat gaat lukken. ‘s Avonds eten we opnieuw in een Belgisch restaurant maar de patron was er niet. Het zou iemand uit het Pajottenland zijn, zijn restaurant heer ‘La Paillotte’, het was lekker maar veel te veel, de kip zal morgen als lunch dienen. Naast ons zit een koppeltje waar we mee aan de praat geraken. Zij een 24 jarige Rwandese, hij een Brit van ongeveer dezelfde leeftijd. Ze verhuizen binnenkort naar Birmingham waar ze hun leven gaan uitbouwen.  Dat meisje gaat nog verschieten in het koude Engeland. We hebben veel bijgeleerd over de Rwandese gewoontes,  de mensen en veel ditjes en datjes. We hebben meteen een andere kijk op de verlegen Rwandezen.

Image

Op weg naar Rwanda

fullsizeoutput_db5

dag 13 : ‘zonder ebola naar Rwanda’

donderdag 13 juni

Laatste fietsdag in Uganda vandaag, langs het zonovergoten Lake Mutanda fietsen we ongeveer 30 km zuidelijker tot Kisoro. Daar gaan we op de koffie én op kraambezoek bij een vriend van Gerard, onze gids. Het jonge koppel heeft een pasgeboren jongetje van amper 1 week oud. De mama was ondanks een keizersnede al na twee dagen thuis. Soms gaan vrouwen een week na een bevalling al terug aan het werk horen we hier. De papa van 30 is ook een fietser en vergezeld ons met zijn mountainbike tot net voor de Rwandese grens, samen met een Britse vriendin die deze week op bezoek was. De grenspost is sober en het is er niet druk. Onze temperatuur wordt genomen om op die manier te controleren of we geen Ebola hebben maar alles is ok, we mogen door ! Eens in Rwanda fietsen we tot Musanza over asfalt en terug aan de rechterkant van de weg. Het is iets wat we direct gewend zijn. Wat onmiddellijk opvalt, hier rijden veel meer fietsen dan in Uganda, het zijn vooral fietstaxi’s, dat zagen we nog niet eerder. Die kerels kunnen wel een stukje fietsen, met iemand achterop haalde 1 van hen vlotjes 30km/u, en dat met 1 versnelling, een derailleur hebben ze niet. Ze wilden zich natuurlijk graag tonen en reden ons voorbij met een glimlachje zo van ‘elaba manneken’ !  We logeren op een site van het Team Rwanda Cycling team. We krijgen een rondleiding van Raffiti, een ex-coureur die ons een rondleiding geeft. Ons huisje heeft vier bedden, en een kleine keuken, we kunnen dus kiezen waar we slapen. Jonge renners worden hier opgeleid en leren de kneepjes van vak. Een reportage die Rudy Vrankx een paar maanden geleden maakte over de ‘Tour de Rwanda’ ging onder andere over dit project.

 

 

dag 12 : ‘Gorilla’s zonder mist’

Woensdag 12 juni

De wekker loopt af om 5 u (!) Om 6 u vertrekken we in het donker met Robert naar het Bwindi nationaal  park. Vandaag is het eindelijk aan ons, om de fameuze berggorilla’s te gaan ‘bezoeken’. Een hobbelige rit van een uur brengt ons bij Rushaga, een van de ingangen  van het park. Bij aankomst daar doen we onze bottinnen en gaiters aan maar ik ben miljaarde mijn inlegzolen vergeten, die steken nog in mijn gewone schoenen in de lodge. Ik catalogeer dit maar bij de luxeproblemen en doe twee paar kousen aan. Ondertussen staan we met 56 mensen te wachten op een briefing, ik dacht even, dat kan toch niet dat we met zo’n grote groep door de jungle gaan klauteren…..(?) Een tiental minuten later zijn we veel wijzer. Er zijn maar twee plaatsen in de wereld waar berggorilla’s leven, hier in Uganda in het Bwindi NP waar we ons op dit moment bevinden en in het iets zuidelijker gelegen Virunga NP. Dit laatste is verdeeld over Congo, Rwanda en Uganda. In Bwindi leven ongeveer 700 gorilla’s, er zijn een zevental families die door de jaren ‘gewend’ geworden zijn aan mensen. Het duurt ongeveer 3 jaar eer de ‘klaar’ zijn om bezocht te worden, om ze te laten te socializen zeg maar. Elke familie bestaat uit een mannelijke leider die samenleeft met een paar vrouwtje’s. Na de briefing worden we verdeeld in 7 groepen van 8 mensen. Met onze groep moeten we elk met ons eigen voertuig naar een andere plaats van het park rijden, ook de andere groepen verplaatsen zich elk naar een andere locatie. De weg er naartoe was zacht uitgedrukt zeer hobbelig, het was schudden en botsen op meer dan 2300 meter hoogte. Ineens een enorm lawaai onder het busje, het klonk alsof de uitlaat afgebroken was en over de grond sleepte. Robert stopt en gaat kijken. Het blijkt iets anders, het reservewiel dat onder de wagen hangt is loskomen. De beugel waar het in vastgemaakt is sleept over de grond en het wiel lag 50 meter lager en was gelukkig niet de afgrond ingestort. Hij neemt het wiel en legt het vooraan naast hem op de passagiersstoel. De beugel maakt hij provisoir vast en ‘wijle weer weg’. Wij kijken mekaar aan en denken ‘this is Afria baby’. We komen hoog in de bergen aan waar 2 gidsen en enkele ‘porters’ staan te wachten. Porters zijn ‘dragers, het zijn mensen uit de buurt die een ‘frankske’ willen bijverdienen door de rugzak van de toeristen te dragen. Ik dacht eerst hoe decadent zijn wij hier maar achteraf bleek het geen luxe te zijn én we laten die jongeren iets verdienen. Er volgt opnieuw een korte briefing. Er zijn sinds 7 u deze ochtend al drie mannen(trackers) de jungle in om de gorilla’s te gaan zoeken. Dat is de hoe het werkt, anders vind je nooit de plek waar ze zich ophouden. Onze gids telefoneert met die trackers om min of meer hun locatie te achterhalen. Nadat we elk nog een wandelstok hebben gekregen zijn we op weg, twee gewapende gidsen (om wilde dieren af te schrikken indien nodig), acht toeristen waaronder wij twee en 5 ‘dragers’. We beginnen op een wandelpad dat redelijk pittig omhoog loopt. Nadien dalen we een stukje af en gaan we de dichte struiken in. De eerste gids kapt met een machete de begroeiing weg en effent het pad voor ons. Sowieso moet er nog geklauterd worden, hier is geen wandelpaadje meer. Er wordt aangeraden je handschoenen te dragen vanaf nu, niet tegen de kou maar om takken en struiken weg te duwen zonder je te kwetsen. Onze gidsen en de trackers moeten elkaar precies weten te vinden, hiervoor maken ze geluiden, ze schreeuwen/ roepen iets wat lijkt op een vogel of een aap. Op dat geluid afgaand weten ze ongeveer waar ze zitten en het duurt niet lang of we zijn kort bij de gorilla’s. Zelf zien we ze nog  niet maar zij weten waar de familie zich bevind. Zonder het goed te beseffen staan we er op een paar meter vandaan, de gids duwt een paar struiken weg en we staan oog in oog met een zilverrug mannetje van 250 kg. Hij zit op zijn gemak struiken en takken te eten, hij heeft totaal geen interesse in ons, hij bekijkt ons niet eens. Even verder zit zijn vrouwtje met haar rug naar ons, ze legt ze zich neer en draait ze haar kop in onze richting. Vanaf nu kunnen we ongeveer 1 uur blijven, dat is de maximum tijd die wordt toegelaten. Per dag eten ze ongeveer 10 % van hun lichaamsgewicht, voor een zilverrug is dat dus 25 kg(!). Soms kruipen ze even verder, wij er dan achteraan, er duikt nog een ander vrouwtje op met een babytje van ongeveer twee weken, hiervan kunnen moeilijk foto’s nemen, omdat ze deels achter een struik zit. De grote zilverrug staat op een bepaald moment op en komt recht op mij af. Ik stond toevallig het kortste bij, hij passeerde me rakelings, even dacht ik aan de King Kong film, zo indrukwekkend was dat. Ze zien er imposant uit maar hebben geen agressie  tegenover mensen. We wisten dit wel maar toch is het schrikken. Nadien volgt het vrouwtje hetzelfde pad. Deze keer blijven we rustig, ze komt op amper een tweetal meter voor onze neus voorbij maar gunt ons geen blik. Twee dingen hebben me vooral verbaast. Ten eerste dat ze die gorilla’s terugvinden, elke dag opnieuw, het is echt zoeken naar een speld in de jungle. Ten tweede, dat die dieren zo rustig blijven wanneer wij met en een tiental mensen zo kort bij hen zijn.  Het afgelopen uur is zo snel voorbij en we moeten helaas al terug. Het is serieus zweten om terug naar boven de klauteren. Het aantal vliegen en insecten dat rond ons hoofd zwermt is niet te tellen. Eens we uit de struiken zijn eten we onze ‘boterhammekes’ op, het lijkt een beetje op met de klas naar de zoo te gaan maar dan ‘in ‘t echt’. Eens terug bij de auto staan er een paar vrouwen met souveniers en krijgen we een soort diploma, tja, dit hoort er blijkbaar bij, ze proberen het op deze manier wat te promoten en vragen ons vriendelijk om het thuis voort te vertellen……..bij deze !

 

 

dag 11 : ‘Pedagogisch zweepje’


Dinsdag 11 juni

We verlaten het eiland met de bootje waar we gisteren mee aangekomen zijn. Het duurt 45 minuten om ons naar de andere kant te brengen. Daar staat Robert, onze chauffeur te wachten. Tijd om op te warmen is er niet, we stijgen 400 meter op minder dan 10 km en zien het meer vanop 2400 meter in de verte verkleinen. Na 15 km gaan we terug verharde wegen op, het is afwisselend op en neer, de dorpjes volgen elkaar in sneltempo op. Wanneer we een school naderen staan er al snel tientallen kinderen langs de kant van de weg. Het duurde niet lang of de prefect, zelf nog een tiener, kwam boos aangelopen met een zweepje (!) in de hand om de kinderen terug naar de speelplaats te ‘leiden’. Pedagogische zweepslagen zullen we het maar noemen. Op een akker waar we langsfietsen staan wel 20 mannen en vrouwen, die laatste met een kind op de rug, naast elkaar netjes op een rij het land om te ploegen mét de hand. Het AN woord van hun gereedschap ken ik niet, het Pamel’s woord is een ‘brauk’. Letterlijk AL hun werk is handwerk, een traktor hebben we nog niet gezien. Gisteren zagen we mannen grote rotsblokken losmaken uit een bergwand, manueel (!) waarna vrouwen en kinderen de grote stukken met een hamer fijn slaan tot kiezelsteentjes. Het is onvoorstelbaar wat we vanop de fiets zien qua ‘arbeid’. De reactie’s wanneer ze ons op de tandem zie passeren blijven dezelfde, openvallende monden die overvloeien in een lach. Fietsen voor ‘de sport’ is hier echt ongezien en al zeker me 2 op 1 fiets. Na gisteren dachten we dat we de mooiste locatie wel zouden gehad hebben maar vandaag is het zo mogelijk nog mooier :), we logeren aan Lake Mutanda. In de verte wordt het meer omringt door 6 slapende Virunga vulkanen. Met foto’s weergeven wat we zien is moeilijk, zo niet onmogelijk. Morgen rustdag voor de fiets maar niet voor onze benen.

dag 10 : ‘Warme douche op bestelling’

Maandag 10 juni

We ontbijten met onze donsjas aan, op 2300 meter is het echt frisjes en de ‘eetzaal’ is overdekt maar voor de rest open. Het ontbijt moeten we telkens de avond ervoor bestellen, dat blijkt gebruikelijk te zijn. Ik proef havermout van mais, het stond op tafel in een thermos :). Onze ‘was’ was nog nat, maar dat hangt Doris op kapstokjes open in ons busje, dus dat komt goed. Het hoogste punt van deze reis, 2600 meter, bereiken we na een uurtje fietsen. We nemen er een selfie met Gerard, onze gids. Er komt een mooie afdaling nu, de bergflanken zijn bezaaid met lappendekens aan velden met allerlei gewassen, thee en mais. Het vormt samen een schilderachtig decor. Ik stop regelmatig en denk steeds de mooiste foto te maken tot er een paar bochten later een nog mooier plaatje opduikt. Lunchen doen we wanneer we Lake Bunyonyi, het meer van de kleine vogels’ bereiken.  De locatie is wederom een schilderachtig plaatje. Dit meer is met zijn 900 meter het tweede diepste van Afrika, en het telt 29 eilandjes. Op één van 29 logeren we vanavond. Er zijn twee opties van hieruit. Een bootje brengt ons op 45 minuten naar onze slaapplaats of we fietsen 25 km langs het meer en dan is het maar 15 minuten per boot. We kiezen de extra 25 km met de fiets waar we geen seconde spijt van hebben. Dit zijn misschien we de mooiste 25 km van deze ganse vakantie. Dit beschrijven is zo moeilijk dat ik zelf geen poging ga doen. Een makkie was het zeker niet want het werd stevig klimmen, maar een mooie afdaling op het einde was de beloning. Dan met fiets en bagage de boot in, om na 15 minuten aan te komen op 1 van de 29 eilandjes. Onze ‘huisje’ bij het meer is een hut volledig uit stro gebouwd met een open voorkant, geen deur dus. Binnenin een bed met muskietennet en enkele zeteltjes. Er is 1 lamp maar die brand pas vanaf het donker wordt. Wc en douches zijn iets verderop. Warm water moeten we bestellen, een uurtje op voorhand, dan komen ze heet water in een grote zinken emmer gieten, waarna we ons onder de blote hemel kunnen wassen. Het is allemaal heel basic en ecologisch maar echt de moeite.

 

 

dag 9 : ‘Op zondag naar de mis’

Zondag 9 juni.

Met de ochtendzon op onze rug zij we al voor 9 u op pad. We rijden een ganse dag door het Bwindi national park en zullen stijgen van 1500 naar 2300 meter. De helft van alle berggorilla’s ter wereld wonen in dit gebied. Door de soorten bamboo en bepaalde type’s van beplanting staat dit woud gekend als ‘ondoordringbaar’. De eerste kilometers fietsen we over prachtige single tracks tussen de bomen, bananenplantages en dorpjes. Het zijn de mooiste km’s die we tot nu al gefietst hebben, het landschap is echt adembenemend . De temperatuur valt goed mee, enerzijds door de steeds aanwezige wolken, anderzijds door de hoogte. Het is zondag vandaag en dat valt op, we zien veel mooi ‘opgemaakte ’ mensen, die naar de kerk gaan. Wanneer we in de buurt  van een kerk komen horen we van ver de muziek en de gezangen. We fietsen langs een kleine groene schuur de dienst doet als kerk. We horen luide muziek, iemand die aan een hoog tempo op trommels slaat en een het ritme aangeeft waarop de aanwezigen zingen, echt zoals in de film. Het is zo aanstekelijk dat we stoppen om te gaan kijken. Doris kruipt eerst de kleine heuvel op een gaat binnen, ik volg haar en niet veel later doen we hetzelfde dan de rest, we schudden met ons achterste alsof we hier thuis zijn. We zien mix van jong en oud, iedereen is even enthousiast. Een misviering is hier een  totaal andere beleving dan bij ons, dat is duidelijk. Eėn ding is wel hetzelfde, ze komen rond met de ‘schaal’, waar ook wij plechtig onze bijdrage in kwijt kunnen. Gerard, onze gids is buiten blijven wachten bij de fietsen. Voor hem is dit niets speciaals, hij is afkomstig uit deze regio. De klim is nog zeker niet gedaan, we gaan gestaag omhoog, het landschap blijft immens. Opeens staat er een jongen langs de kant van de weg met een stokje in zijn hand. Op zich niets speciaal maar op dat stokje zit een gifgroene driehoornige kameleon. Hij laat zich er graag mee fotograferen maar is even zwijgzaam dan het kleine diertje. Het is 16 u wanneer onze bestemming bereiken. Het is een basic guesthouse. Een warme douche kan mochten we dat willen maar dat moeten we wel een uurtje op voorhand laten weten 🙂 . Electriciteit is er vanaf 19u , dan zetten de generator op. Het avondeten is even basic dan voedzaam, rijst met groenten in een tomatensaus, er was eerst ook sprake van ‘pork’,  maar dat hebben we nooit gezien……

dag 8 : ‘Self made trotinet’

zaterdag 8 juni

Een stevig ritje van 60 km zal ons tot in Buhoma brengen, waar het Bwindi nationaal begint. Het dorpje ligt ongeveer op 1500 meter, dus er zal moeten geklommen worden. De vlakke savanne van gisteren laten we achter ons, het landschap van vandaag is totaal anders. We fietsen van het ene dorp naar het andere. Een dorp betekent een paar huizen langs de kant van de weg, meer niet. Overal kan je je belwaarde opladen, dat wel, maar voor de rest is er bijna niets te krijgen. De kinderen onderweg roepen van ons van ver toe en lopen dikwijls achter en naast ons mee de berg op, ze kunnen ons verbazend goed volgen óp blote voeten meestal. We komen een jongetje tegen met een self made houten soort ‘trotinet”. Zowel hijzelf al wij bewonderen mekaars fiets, al voel ik wel een zekere schaamte……Hij toont even later zijn kunstjes wanneer hij zich de berg laat laar afbollen. Lunchen doen we onderweg in een lokaal restaurantje, we eten er eindelijk de gestoomde groene bananen die we hier al zoveel gezien hebben. Verrassend genoeg smaken ze helemaal niet naar bananen, de smaak is heel flets, niet echt lekker. Er was witte rijst met gerookte vis en bonen, dat smaakte redelijk……….omdat we honger hadden. In hotels waar de toeristen komen wordt er meer Europees getint gekookt. De échte keuken van hier is niet echt om over naar huis te schrijven….;)  Bij aankomt in Bwindi begint het zachtjes te druppelen. In een plaatselijke bar drinken we een Afrikaanse thee, dat is melkthee met kruiden en specerijen, smaakt wel lekker. We logeren in een huis dat we voor ons alleen hebben, met een uitzicht op het regenwoud. Er hangt mist over de jungle, hier zitten zeker en vast gorilla’s. Het Bwindi NP is gekend voor gorilla trackings. Wij gaan ze binnen een paar dagen proberen te zien aan de andere kant van het park, korter bij de Rwandese grens.

 

 

 

 

 

 

dag 7 ; ‘Altijd rechtdoor……’

 

vrijdag 7 juni ; 75km – 300 hm

Vanuit onze tent, die gelukkig nog extra overdekt is met een rieten dak horen de regen met bakken uit lucht vallen. Een stevige regenbui in de ochtend is hier de normaalste zaak. Na het ontbijt vertrekken we met nog een paar laatste regendruppels, het vermelden niet waard. Het is 18 graden, ideaal fietsweer. Uit de bocht gaan zal er vandaag niet inzitten, we zien er namelijk geen enkele vandaag. We rijden dwars door het Queen Elisabeth National park, dat is 1 lange rechte weg,  zo’n 75 km tot bij Ishasha, een afgebakende zone van het park. De regen van vannacht heeft de weg op bepaalde plaatsen omgevormd tot een modderpoel. Vooral het eerste deel is het schuiven en zoeken naar het beste, droogste stukje aardeweg om zo weinig mogelijk modder over ons heen te krijgen, wat niet echt lukt. Na een paar kilometer trekken we het ons al niet meer aan, proper aankomen zit er vandaag gewoon niet in, we hopen op ‘laundry service’ bij aankomst. We zien veel dieren vandaag, een enorme olifant, veel bavianen en andere apen, waterbuffels en honderden vlinders. Die laatste zien we vooral zitten op de grote hopen ’kak’ van de olifanten. Na 40 km eten ons lunchpakket op nabij een brug. We hebben het gezelschap van een een mooi apensoort, de naam ken ik niet, maar hun witte lange staart is opvallend. Ook  een visarend zit onbeweeglijk ergens hoog in een boom. Zonder onze gids zouden we sommige dieren niet eens opmerken. De bavianen wel, die zitten in het midden van de weg, eens we korter komen bekijken ze ons onbegrijpend vooraleer ze de struiken induiken. Er is amper verkeer, op een paar jeeps met toeristen en een paar vrachtwagens na. De Ishasha Enjojo  lodge staat bij de Ntunge rivier. De eigenares blijkt een Belgische te zijn, ze woont in Kampala. Het een prachtige locatie, midden in de jungle, de vele vogels zingen uit volle borst. Het was voorzien dat we opnieuw in een tent gingen slapen, maar na onze moddertocht was een upgrade naar een cottage geen overbodige luxe. Onze kleren waren zo vuil dat we ze eerst moeten afspoelen hebben we ze konden afgeven. ‘ Avonds was er een optreden door weeskinderen uit de buurt.

 

 

 

dag 6 ; ‘Bottinnekesdag’

 

donderdag 6 juni

Speciaal voor deze dag hebben we onze ‘botinnekes’ én gaiters (getten) meegebracht. We verblijven in ‘Natur Logde bush camp’, aan het Kazinga kanaal. Het verbind twee grote meren, Lake George en Lake Edward. Redelijk veel toeristen hier, ttz er zijn een stuk of tien tenten. Iedereen komt hier voor hetzelfde, game drive (wat wij safari noemen) en chimpansee tracking. Dat is dus wat wij vandaag ook gaan doen in plaats van fietsen. Over de safari kan ik kort zijn, het is niet geweest van we er van verwacht hadden, het meest spectaculaire was een luipaard die we vanop vrij korte afstand in een  boom zagen liggen. Voor de rest zagen we in de verte een verdwaalde olifant, een paar nijlpaarden, bizons, enkele bambi-achtigen en wat vreemde vogels. Gelukkig was er een gids bij ons, zo was het toch nog interessant door de uitleg die we kregen. Bij een safari in Botswana, twee jaar geleden waren ‘the big five’ wel op de afspraak, die keer hadden we meer geluk. In de namiddag stond er een chimpansee tracking op het programma. Een half uurtje rijden met de auto door de savanna, en we kwamen bij een opmerkelijke plaats. Voor we het goed wel opmerkten stonden we voor een diepe jungle, een kloof eigenlijk van 80 meter diep, 16 kilometer lang en 300 meter breed. Na het aanmelden en betalen zijn we samen met een gids en nog vier andere mensen, een  Nederlanders koppel  en twee Amerikaanse vrouwen, afgedaald om de chimpansee’s te gaan  ‘tracken’ (opsporen/ zoeken). Het is vrij drassig, ons schoeisel komt van pas, de getten waren misschien niet echt nodig maar die hebben we later deze reis nog nodig. Na 1 kilometer ziet de gids een familie chimps hoog in een boom. Ze gedragen zich vrij lui/ kalm, van onze aanwezigheid hebben ze zeker geen last. Zeker de gids, wiens gezicht ze dagelijks zien geeft hen vertrouwen vertelt hij. Door de vele regen van de voorbije dagen bleven ze vrij hoog in de bomen omdat het  nat en drassig is beneden op de grond. Hierdoor zagen we ze niet van heel kortbij. Met de verrekijker van gids zien we echt héél kortbij, zelf hun gelaatsuitdrukking kunnen we waarnemen. Bij droger weer zitten/ rusten ze vaak op de grond en kan je ze bijna aanraken zeiden de twee Nederlanders. Zij hadden dit gisteren ook al gedaan in een anders nationaal park. Even verderop zat er ook nog een ander groep apen, een daarvan passeerde net voorbij Doris alvorens de boomtoppen op te zoeken. Daar klom hij naartoe om  een soort bessen te eten. Ondertussen deed hij zijn kleine boodschap, het kwam naar beneden, net niet op het hoofd van de twee Nederlands, ‘nooit pal onder de apen gaan staan’ gaf de gids nog mee. Op de terugweg wandelen we langs de rivier vooraleer we uit de kloof klimmen. Een groep nijlpaarden steekt even hun kop boven water, ze kunnen tot 5 minuten onder water blijven leren we. Enkel ’s avonds komen ze uit het water, dan eten ze een ganse nacht door, om dan ’s ochtends opnieuw onder te duiken….

 

fullsizeoutput_bdb

 

 

dag 5 ; ‘This is Afrika baby’

Woensdag 5 juni; 63 km – 925 hm

We vertrekken uit guesthouse Ruwenzori om 9 u, mét de zon deze keer waardoor het landschap er nog mooier uitzien dan gisteren.  Het ontbijt van de Nederlandse Ineke was meer dan de moeite. We zullen het vlot kunnen ‘verbranden’ vandaag want het wordt een stevige rit. Er zat leuk gezelschap aan de ontbijttafel. Een jong koppel uit Vorst bij Brussel, zij reizen twee maanden door Afrika. Ook nog een gepensioneerd koppel onderwijzers uit het Lake district, noord-west Engeland. Zij waren ooit al in deze guesthouse geweest, precies 22 jaar geleden, toen het pas open was. Iedereen had wel iets interessants te vertellen. Nog snel een foto met de britten en we zijn op weg. We beginnen eerst op ‘gewone’ wegen, dat betekent hier rode aardewegen, later op kleine single tracks, slingerend door de brousse. Die wegjes verbinden de talrijke dorpen. Asfalt zien we nooit en da’s maar goed ook want met een fiets ben je in het verkeer ’niets’, hier geldt vooral de wet van de grootste, het is te druk en gevaarlijk. De dorpen liggen nooit ver uit elkaar en meestal is er in de buurt een beek of riviertje. Stromend water en elektriciteit is er quasi nergens. Vrij dikwijls zien we mensen zeulen met grote plastieken jerrycans gevuld met water. Fietsen gebruiken ze vooral om enorme trossen groene bananen mee te vervoeren, of grote hoeveelheden hout. De groene banaan is maar 1 van de vele soorten , ze worden gestoomd gegeten. De gewone gele zoals wij die kennen zijn hier in verschillende formaten te krijgen, elk met een aparte smaak. Vrouwen en kinderen slepen ook hout aan en af. Het is echt een les in nederigheid die we krijgen. Het leven bestaat vooral uit overleven, dat is duidelijk. Er is veel werkloosheid vertelt Gerard, onze gids. Komen we door een groter dorp, dan is er veel bedrijvigheid en zijn er winkeltjes en soms ‘zeer’ kleine zelfstandigen. We rijden langs een fietshersteller, hij wenkt ons om even te stoppen, vooral om naar onze tandem eens te kunnen kijken, hij heeft dit blijkbaar nog nooit gezien. Zijn business is zeer klein, en liggen fietsen te wachten op herstelling, het is echt primitief, onvoorstelbaar bij ons. Een paar foto’s later zijn we terug op weg. Heel soms is er electriciteit, dan drinken we een  ‘koude’ cola of fanta. Een smal modderbaantje zat er ook regelmatig tussen vandaag, onze schoenen waren wel snel droog, we zagen bij momenten 33 graden op de gps. Lunchen deden we bij een meertje, het lag er voor het voor ons alleen. Het is een lunchpakket welke we deze morgen meegekregen hadden. Nooit gedacht dat die platgedrukte, verfrommelde boterhammen zo goed gingen smaken. Robert, onze chauffeur was ook naar het meertje gekomen, hij zou avocado’s meebrengen. Ik vroeg om er twee mee te brengen, met onze kleine Belgische avocado’s in gedachten maar dat was een kleine misrekening. Deze exemplaren waren bijna even groot als Doris haar hoofd en qua smaak niet te vergelijken met die van de Colruyt. De rit van vandaag  eindigt na 63 km in een dorpje waar Robert ons staat op te wachten met busje. Hier laden we de fietsen op het dak en hier rijden we nog twee uur door tot in het nationaal park Queen Elisabeth. Van de ganse dag zagen we geen enkele toerist, tot bij aankomst in het ‘bush camp’, dat is een ‘luxueus’ tentenkamp. Luxe staat voor 1 stopcontact in de tent én een echt bed. Er zijn propere gedeelde douches en als we zorgen dat we bij de eersten zijn is er warm water. ‘This is Afrika baby’. De locatie maakt al de rest goed, onze tent staat aan de brede rivier, we horen de nijlpaarden letterlijk ’uitblazen’ tot hier, de ontelbare vogelgeluiden maken het deuntje compleet.

 

 

dag 4 : ‘Howajoe ?’

dinsdag 4 juni; 46 km – 800 hm

Vandaag maken we een 5 uur durende transfer (ongeveer 300 km) ,naar Fort Portal, een stadje in het westen van Uganda.Daar begint onze fietsreis pas echt. Met een lege maag verlaten we ongeveer om 6 u 15  Kampala met het busje dat ons de komende drie weken zal vergezellen. Aan het stuur, de 42 jarige Robert uit de regio Kampala. Naast hem Gerard, onze fietsgids. Hij is 32 en komt uit het westen van Uganda, later op de week fietsen we door zijn geboortedorp. Hij komt uit een gezin met  8 kinderen, wat zeer normaal is hier.  Dat in België een gemiddeld gezin 2 kinderen heeft vinden ze een beetje raar. “Mogen jullie dan geen 8 kinderen hebben” vraagt hij……..Na 3 uur rijden stoppen we in het dorp Mubende. Aan een kraampje kopen 4 rolexen. Nee geen horloges, het is ons ontbijt, een typische Ugandese ontbijt/ snack. Het is een omelet welke in een pannenkoek achtig plat broodje gerold wordt. Vandaar de naam ‘rolled eggs’=rolex. Met een paar schijfjes tomaat er tussen heel lekker.

We zijn de enige bleekhuiden, we worden aangestaard alsof we van een andere planeet komen. Dat we onze fietskledij aanhebben helpt natuurlijk niet echt om hier onopvallend rond te lopen. We eten in het busje en zijn een half uurtje later terug op weg, nog 150 km te gaan. Het is een beetje bewolkt met een sporadisch een paar druppels op de voorruit.

Bij aankomst in Fort Portal blijven de wolken baas. We logeren bij een Nederlandse dame die hier 23 jaar geleden het eerste hotel opende. Na een simpele maar lekkere lunch gaan we fietsen in de omgeving, het is al na 14 u ondertussen. Asfalt zien we quasi niet, het is echt mountainbike in de jungle, tussendoor een dorpje en veel kinderen die ons toeschreeuwen met “howajoe’, ze bedoelen ‘how are you’. Die drie woorden kennen ze allemaal. Door de lichte regenval liggen sommige wegjes er vettig bij, gelukkig hebben we de juiste banden gekozen. Soms is het heel steil, zowel omhoog dan omlaag. Onze gids doet het goed, hij kent de streek door en door en waarschuwt wanneer er iets ‘tricky’ aankomt. We eindigen op een heuvel bij een restaurant/ cafe aan een kratermeer, het uitzocht is ondanks de wolken adembenemend. Amper 42 km gefietst en 800 hm, da’s een stevig ritje geweest vandaag. Uganda is veel armer dan we verwacht hadden, het staat in de top 25 van armste landen ter wereld. Eten hebben ze zeker niet te kort, maar de kloof tussen rijk en arm is hier enorm.

fullsizeoutput_a01

 

fullsizeoutput_a05

 

fullsizeoutput_a09

 

fullsizeoutput_a7b

 

fullsizeoutput_a82

 

fullsizeoutput_a85

 

fullsizeoutput_a89

 

fullsizeoutput_aa7

dag 3 : Wij zijn de ‘Muzungu’s’ !

Maandag 3 juni (32 km – 670 hm)

Gelukkig is de tandem opnieuw zonder brokken uit de doos gekomen. Eens hij in elkaar steekt doen we een korte ritje van 32 km naar Lake Victoria. Van hieruit fietsen we letterlijk door de brousse, kleine paadjes brengen ons van het ene dorp naar het andere. Het leven hoe het hier verloopt is voor ons heel  confronterend. Twee ‘ Muzungu’s ’ ( Ugandees woord voor ‘witte’ buitenlanders ) en dan nog op een dubbele fiets, dat hebben ze hier nog nooit gezien. Soms lachen ze en roepen ze iets wat we niet begrijpen, soms kijken ze met open mond en blijven ze staren. Onze gids is Francis, een Ugandees van 23 jaar. Bergop laat hij graag zien hoe goed hij is! Het is hier geen meter vlak, na paar stevige klimmetjes dalen we af naar het grootste meer van Afrika, het Victoriameer. We nemen er een bootje naar de overkant. Daar fietsen we via single tracks naar een leuke plaats waar we een koffiestop doen. Bij het afrekenen moeten we wel héél langs wachten op ons wisselgeld……het meisje kwam uiteindelijk met veel verontschuldigingen en hijgend terug, ze was naar het dorp ernaast gelopen om het briefje van omgerekend 10 euro te gaan wisselen…….

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dag 1 & 2: Van warm naar nog warmer……

Zondag 2 juni, tot nog toe de  warmste dag van 2019, aldus het KMI. Net op die dag vliegen we vanuit Brussel naar Entebbe, Uganda waar onze fietstrip begint. Eerst nog een korte tussenstop in Bujumbura, de hoofdstad van Burundi. Het is bijna 23 u eer we voet zetten op Afrikaanse bodem. Na nog een uur in het busje welke ons ophaalde komen we aan in een buitenwijk van Kampala. Het laatste stukje is op een rode ongeasfalteerde veldweg voorzien van grote geulen, weggespoeld door de regen. Deur tot deur zijn we 16 uur onderweg geweest waarvan 12 u in het vliegtuig. Geen klop gedaan en toch moe……

fullsizeoutput_9fc