thanks for following us !

Latest

Italië, fietsen van de Dolemieten naar Venetië

Treche Conca, 1000 meter in de Dolemieten

dag 15 & 16 : rustig eindigen in Djibouti

fullsizeoutput_11a1

 

Het land Djibouti met de gelijknamige hoofdstad is kleiner dan België en staat bekend als een van de heetste landen ter wereld. Het bestaat voor een groot deel uit woestijn waardoor er  bijna geen dieren in het wild voorkomen. Het is er bijna onmogelijk landbouw en/of veeteelt te bedrijven. Er leven minder dan 1 miljoen mensen.

-De Rode Zee (Golf van Aden) tussen Djibouti en Jemen is slechts 20 km breed .

-50% van de inwoners van Djibouti is werkloos.

…Het Assalmeer heeft het hoogste zoutgehalte ter wereld.

…Kerst in Djibouti word gevierd op 7 januari.

…De taxiprijzen in Djibouti stijgen na zonsondergang met 50%.

…Veel inwoners van Djibouti kauwen Qat in hun vrije tijd. (Qat is een licht stimulerende drug in de vorm van een blad van de gelijknamige plant. Kauwen op de bladeren verdrijft vermoeidheid en honger. Het genotmiddel wordt al sinds de dertiende eeuw in Jemen, Somalië, Ethiopië en Kenia gebruikt.

 

De vrachtwagen met onze bagage is afgelopen nacht pas om 3 u aangekomen. Pascal heeft met de twee nachtwakers van het hotel alles afgeladen. Van onze eigen twee koffers bleek en 1 opengemaakt en duidelijk niet met ‘zachte hand’. Er hing een slotje aan welke nog steeds ongeopend was maar de rits werd stukgemaakt. Dat zal wellicht onderweg tijdens een gendarmeriecontrole gebeurd zijn, we zullen het nooit weten. Er blijkt niets te zijn verdwenen.

Na het ontbijt gaan we stad in om een nieuwe koffer te kopen. Het is zeer warm, de nabijheid van de zee helpt niet echt, de koelte uit de bergen is veraf. We kuieren door de winkelstraatjes in Djibouti, waar verder weinig spannends te beleven is. Wat we zoeken vinden we niet, tot we aan 2 gesluierde dames vragen ons te helpen. ‘Volg ons’ gesticuleren ze waarna we even later in de juiste winkel staan, waar we voor weinig geld een grote koffer met wieltjes kopen. De lawaaierige wieltjes dwingen ons vrij snel in een taxi en even later zijn we al terug in het hotel.

De dag erna eindigen we onze fietsvakantie met de  korte fietstocht door de stad. Het weer van de afgelopen dagen heeft de straten blank gezet en onze fietsplannen licht gewijzigd. Het sociale leven heeft hier een week stilgelegen door het noodweer en overvloedige regenval. Een werknemer van het hotel toont ons een filmpje van een paar dagen geleden. Bij de receptie stonden ze tot aan de enkels in het water. Normaal regent het hier amper een paar millimeter in een ganse maand november…

Onze fietstrip tussen Noord Ethiopie en Djbouti was er een om niet snel te vergeten, zowel met positieve als negatieve ervaringen. Ondertussen fietsten we al in 10 Afrikaanse landen en ook deze keer was het zonder meer een eyeopener. Het leven zoals het is in Africa staat heel ver van onze Europese gewoontes. Als baby kan je wiegje maar beter in Belgie staan……..

 

 

 

 

Dag 14 : Semera naar buurland Djibouti

Pascal voorspelt een lange en drukke dag omdat we de grens overgaan naar Djibouti. Dat betekent vroeg opstaan en om 6 u al ontbijten. Iets over 7 u is alles opgeladen en doen we een transfer met de busjes van 30 km. Dat duurt ongeveer een uurtje en even over acht zijn we aan onze laatste fietsdag in Ethiopië begonnen. Het is een relatief vlakke, kaarsrechte dwars door een woestijnachtig landschap. De wind duwt ons de eerste km’s vooruit maar veranderd van gedacht na een tijdje. We zien geregeld kleine bolvormige tenten die bedekt zijn met zeilen en stoffen doeken. Het zijn nomadenfamilies die er  wonen. Hoe deze mensen overleven in deze hitte en omstandigheden tart elke verbeelding. Bij momenten staan kinderen troosteloos naar ons te kijken. Ze vragen zich wellicht af wat wij eraan vinden in deze hitte te fietsen. Een paar stops en 70 km verder komen we aan bij de grens Ethiopië-Djibouti. In een uit golfplaten opgebouwd hok zitten enkele mannen aan een klein tafeltje met een groot boek. Hierin schrijven ze op wie het land verlaat en zetten ze een stempel in ons paspoort. Hun administratie getuigt van een onvoorstelbare primitiviteit. Er staan 4 jeeps en een vrachtwagen ons op te wachten. Eens volgeladen zullen ze ons tot bij de grens brengen maar eerst moeten we nog langs de douane langs. Hier doen ze zoals verwacht heel moeilijk. Eerst probeerden ze Pascal er van te overtuigen dat we onze volledige bagage hadden moeten ‘registreren’ bij aankomst in Ethiopië, meer bepaald in Aksum. Dat is uiteraard een belachelijke regel die trouwens onwettelijk is. Ze gebruiken elke mogelijke manier om ons geld te ontfutselen. Pascal vraagt een leidinggevende te spreken. Er wordt gebeld met een hoger geplaatst persoon die hen opdraagt ons te helpen zoals het moet. Hierdoor zijn ze op hun tenen getrapt en doorzoeken ze elke koffer die we bijhebben. Elke sok en onderbroek hebben ze gezien en ‘onderzocht’ goed wetende dat we geen terroristen maar toeristen zijn. Toen we uiteindelijk wilden wegrijden heeft Pascal hen nog wat smeergeld moeten toestoppen toen ze bijna letterlijk hun voet en been tussen de deur staken. Er volgde nadien een korte 5 km niemandsland bezaaid met een ellenlange rij vrachtwagens, die we gelukkig konden voorbijrijden eer we bij de Djiboutische grens aankwamen. Daar hebben we gegeten terwijl onze paspoorten werden voorzien van de juiste stempel. Dat duurde even langs dan een bord spaghetti eten ondervonden we. Het viel meteen op, de tweede taal in Djibouti is Frans en de vriendelijke bediening en lekker eten gaf in elk geval een positieve indruk. Een half uur later stappen we opnieuw de jeeps in en hebben we een rit van 190 km voor de boeg die meer dan 6 uur (!) zal duren. Niemand van ons die hier naar uitkijkt maar er is geen andere manier. De weg is  zacht uigedrukt héél slecht, we halen amper een gemiddelde van 30km/u. Het mooie landschap is een schrale troost.  Doris zit achteraan in de jeep op de plaats met de minste beenruimte samen met Otte, een 67 jarige Nederlander die we kennen uit een eerdere fietsvakantie. Ik heb geluk en kan vooraan zitten. Na een paar uur wordt het pikdonker en we schudden van de ene bult naar de volgende, het is Parijs Roubaix voor jeeps. Honderden vrachtwagens rijden hier dag en nacht over deze verschrikkelijke weg door niemandsland. Avondeten doen we in een wegrestaurant, het gaat te laat worden eer we aankomen in het hotel. Om 21 uur vertrekken we opnieuw, het is nog steeds twee uur rijden vanaf hier over hoofdzakelijk asfalt. Op 20 km voor de hoofdstad Djibouti, waar we logeren worden we aan de een controlepost van de gendarmerie aan de kant gezet. Ze willen onze paspoorten controleren en zijn zeer bot en onbeschoft. We mogen uiteindelijk door. Om 23u30 zijn we eindelijk in het hotel. De vrachtwagen met de fietsen en bagage gaat pas om 3 u ‘s nachts arriveren horen we van de chauffeurs. Iedereen zit nog in de koersbroek en heeft nood aan de douche en vooral slaap. Een stuk zeep en een handdoek is al wat we vinden op de kamer maar het volstaat. De airco werkt gelukkig want het is zeer zwoel. Om 12u30 gaat het licht uit, een slaappil is niet nodig……

 

 

Dag 13 : Weldiya-Semera

Pascal wil het niet riskeren in dit hotel te ontbijten, hij nam ons mee naar het Lal Hotel, 500 meter verderop. Daar was het eten ‘te doen’, we zijn niet moeilijk (meer) 😉 . Een ander probleempje was het weer, het regende eerst zacht, nadien pijpenstelen.   Sommigen van de groep wilden niet vertrekken met dit weerde. Pascal stelde voor om nog een half uurtje te wachten wat geen slecht idee was, de weergoden veranderden het geweer van schouder waardoor we onder een grijze maar droge hemel konden vertrekken. Het waren 75 mooie km’s waarbij we met uitzondering van een paar stevige klimmetjes, vooral in dalende lijn naar een meer tropisch deel van Ethiopië afzakten. Ook een andere bevolking, vriendelijker en minder stenengooiende kinderen in deze regio ook wel de Ahmaar regio genaamd. Het lunchpakket was vandaag was een broodje belegt met ei én koude frietjes (!) . Doris moest denken aan het verhaal van een kleuterjuf van bij ons. Zij vertelde dat sommige niet Belgische kinderen koude frietjes in  hun brooddoos meekregen naar ‘t school. Ook in Rwanda en Oeganda aten we koude frietjes tijdens de lunch, dat is dus niet ongebruikelijk hier. Even later laden we de fietsen op de vrachtwagen en rijden we een kleine 200 km door een meer woestijnachtig landschap tot in Semera. Het was zeer warm in het busje zonder airco, het mooie landschap maakte dit enigszins wel goed. Het nieuwe hotel Kuriftu vinden was een heuse opdracht. Het is gigantisch groot en in vergelijking met gisteren wel een enorm verschil. Het eten dat we ‘s avonds voorgeschoteld krijgen is zeer lekker.

 

 

Dag 12 : Lalibela-Gashena-Weldiya 107 km – 1350 hm

De ochtend begint ook vandaag iets minder plezant. Onze fietskledij die we lieten uitwassen krijgen we halfnat terug om 6.30 u, net voor het ontbijt. Met het kleine reisdrogertje dat we bijhebben blaas ik het zeem in onze koersbroek zo goed als mogelijk droog terwijl Doris gaat eten, we wisselen mekaar af zodat we toch in een min of meer droge broek kunnen vertrekken. De eerste 60 km doen we met de busjes, die ons terug naar de hoofdweg brengen. Lalibela ligt namelijk zeer afgelegen en is enkel te bereiken via een vrij slechte weg met hier en daar asfalt. Ooit zal die weg af zijn! We doen 2 uur over 60 km, dat zegt genoeg. De regen van gisteren was gelukkig uitzonderlijk, we kunnen droog van start. We fietsen tot op een hoogte van 3750 meter, het dak van deze reis. Het hoogteplateau is enorm, het is hier op deze hoogte’s dat de Etiopische lange afstandslopers de basis leggen van hun suprematie. We stoppen zoals gewoonte om de 20 a 30 km. Het is bij momenten wel koud wanneer de zon even verdwijnt achter een schaarse wolk. Onze benen zijn vrij goed. Naarmate de dagen en km’s vorderen zie je de groep veranderen, de fietsniveau’s zijn nogal verschillend trainingskilometers en sommigen zijn de eerste dagen nogal (te) enthousiast van start gegaan. We lunchen in de zon met schrale wind na ongeveer 50 km. De armoede die we onderweg zien is wel schrijnender dan we verwacht hadden. Veel kinderen die ons zien passeren roepen ‘money money’ of vragen een pen of tonen gewoonweg een uitgestoken handpalm. Ze hopen dat ze iets gaan krijgen maar er is geen beginnen aan. We zouden wel 1000 pennen kunnen uitdelen, het is gewoon niet te doen. Aan het einde de hoogvlakte, dalen we 1800 meter omlaag de groene tropen in. De asfaltweg is bij momenten heel slecht en modderig door de regen van gisteren, we zijn echt smerig. De etappe eindigt in Weldiya na 106 km en logeren in een basic guesthouse. Uit de douchekop komen enkel lauwe druppels . Na de douche wast Doris de fietskledij uit in het wasbakje, de laundry service doen we beter zelf. Het avondeten heeft een ‘Fawlty Towers’ kantje. Een restaurant is er eigenlijk niet. Bij de receptie werden er wat tafels bij elkaar geschoven waar een flinterdun servetje en bestek op lag. Na een half uur zien we 21 borden spaghetti uit de keuken komen. Hmmmm, lekker dachten we met een grommende maag. Eėn klein probleempje wel, het waren koude spaghetti’s, alle 21. De honger die we allen hadden haalde het van de durf om te reclameren, bijna elk van ons heeft het opgegeten hoe het geserveerd werd. Iedereen dacht wellicht hetzelfde maar niemand wil de lul van de groep zijn. Pascal heeft dan met Alex, het Ethiopische manusje van alles nog voor afhaalpizza gezorgd maar ondertussen waren we een klein uurtje verder en waren er al enkelen gaan slapen. Die pizza was uiteindelijk ook niet echt warm meer maar ‘this is Afrika baby’ !

 

 

 

 

Dag 11 : Lalibela

Lalibela is een stad in het noorden van Ethiopië, met 15.363 inwoners. In de 13e eeuw was het de hoofdstad van het Ethiopische rijk en na Aksum is het tot op de dag van vandaag de belangrijkste heilige plaats in het land

Deze stad is een van de trekpleisters in Ethiopie. Kerken bezoeken nu niet echt mijn favoriete bezigheid maar deze zijn wel heel speciaal.

De rotskerken van Lalibela zijn een complex van 11 monolithische kerken in het noorden van Ethiopië. Het werd begin 13e eeuw volledig uit de rotsen gehouwen in opdracht van de toenmalige koning Lalibela. Het wordt soms ook wel het achtste wereldwonder genoemd. De kerken staan sinds 1978 op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO.

Het weer valt wel tegen vandaag, meerdere buien zorgen voor een sombere sfeer. Een deel van de groep vertrekt met een gids voor een ganse dag en bezoekt elke van de 11 kerken, verdeeld over verschillende site’s. Wij twee zijn tevreden met de belangrijkste 5 kerken. Het regent wanneer we het hotel uitwandelen waardoor we al snel in ‘tuk tuk’ zitten. De chauffeur, een jongen van 24 brengt ons naar het ‘ticket office’, en leid ons rond langs de belangrijkste kerken. We wonen een kerkdienst bij, een groep van ongeveer 30 mannen zingen en  dansen volgens aloude rituelen  We zijn hier in elk geval niet alleen, we zien talloze groepen uit alle hoeken van Europa. Qua infrastructuur is Lilabela zeker niet voorzien op grote massa’s toeristen. Het is armoedig en zeer primitief, net zoals de overige plaatjes in Ethiopië. Het is het tiende Afrikaanse land dat we bezoeken en veruit het armste…..

 

 

 

 

 

Dag 10 : Debretabor-Dabrazabat-Lalibela 91 km

Vroeg wakker en geen druppel water uit de kraan, een ochtend en hotel om heel snel te vergeten. Een staat een grote plastieken emmer gevuld met water. Hiermee kunnen we de wc doorspoelen. Ontbijt aan de overkant van de straat in hetzelfde ‘eethuis’ als gisteravond,  koffie of thee was er niet, wegens geen elektriciteit.

Nadien de vrachtwagen inladen met bagage en fietsen en een transfer van 70 km tot in Dabrazabat. We laden de fietsen af op een prachtige plek, we bevinden ons op ongeveer 3000 meter. De eerste km’s stop ik wel 5 keer om foto’s te maken. Hierdoor hangen we snel als laatste in het uitgerekte ‘peloton’. Sommigen van de groep zitten al op hun tandvlees, het is niet te onderschatten ,de fietsinspanningen op deze hoogte. We zakken een paar honderd meter maar betalen nadien de ‘prijs’ hiervoor, we klimmen terug naar 3000 meter en zelf nog iets hoger. Het is wat bewolkt maar dat geeft niet, het is echt warm. Na 20 km een eerste drinkstop en na 40 km eten we de overschot van de ontbijtbroodjes op. Het cafe/ restaurant waar we stoppen ligt achter een parking bezaait met modder en olie, gelekt uit vrachtwagens. Hoe mooi de natuur hier ook is, de leefomstandigheden zijn ver onder onze eigen gewoonte’s. Het ‘franse’ toilet is smerig, alleen wie écht moet doet een oogje dicht en laat de koersbroek zakken……. Doorspoelen is er niet bij, wat er niet invalt blijft liggen. We fietsen opnieuw een stuk van 30 km, onderweg een korte regenbui. De mensen die we onderweg langs de kant zien staan, waaronder veel kinderen, zijn ontelbaar. Met onze tandem krijgen we meestal verwonderde blikken. Anderen uit de groep klagen dat kinderen hen regelmatig met stenen bekogelen. Wijzelf hebben hier geen last van. Dat we met twee op 1 fiets zitten wekt nogal verwondering op, misschien vergeten ze hierdoor te gooien. Na 70 km lunchen we vrij laat we in een plaatselijk restaurant. Aan de voordeur een slager, iets anders qua inrichting dan hoe wij het bij ons gewend zijn. We krijgen vlees met ‘Fir’, een soort brood. Het heeft de kleur van steunkousen en ziet er een beetje sponzig. Gelukkig hebben we zelf energierepen mee zo hoeven we de spons niet op te eten. Van hieruit nog een 20 km onverhard naar beneden op een kleinere weg naar Lilabela.  Het zijn de mooiste km’s van de dag. Zeer speciaal landschap, echt fotogeniek. Op 40 km van Lalibela laden we de fietsen opnieuw in na 91 km fietsen. Van hieruit nog een ruwe weg bergop, het is bijna donker eerder alle bagage uitgeladen is. We logeren in de Sora Lodge, een mooi ‘normaal’ hotel. Lilabela ontvangt veel toeristen voor de uit de rotsen uitgehouwen kerken maar dat is voor morgen tijdens de rustdag.

 

 

Dag 9  : Gondar – Debretabor

Met onze fietskledij aan stappen we samen de twee busjes die ons eerst 60 km verderop zullen brengen. In the ‘middle of nowhere’ laden we de fietsen uit de vrachtwagen en beginnen we te fietsen. De afstanden tussen de hotels zijn soms te groot, vandaar dat we sommige stukken op deze manier overbruggen. De mooiste stukken fietsen we. Ongeveer om de 20 km is er een drankstop. Dat klinkt op zich wel vrij snel maar het landschap is vrij uitdagend en zonder schaduw én op deze hoogte is het wel plezant om op tijd eens te stoppen.

Na 49 km eten we van het lunchpakket dat door het ‘Four Sisters’ restaurant klaargemaakt werk. Een broodje kaas met een hard gekookt ei en een ‘pellepetat’ is vrij eenvoudig maar honger is ook hier de beste saus. Van hieruit volgt nog een stevige klim van 20 km vooraleer we het hotel bereiken in Debretabor op iets meer dan 2800 meter. Het was een mooie fietsdag vandaag maar er volgde al snel een figuurlijke koude douche. Terwijl met ze’n allen nog bezweet van de klim in de lobby zaten te wachten op de sleutels zagen we aan de balie Pascal gesticuleren tegen de receptionist. Hij had 10 kamers geboekt maar bij de receptie vielen ze uit lucht. Hij had gisteren de boeking nog geconfirmeerd en nu hij bij de receptie stond bleek er geen reservatie te bestaan……this is Africa baby.

We zouden in het ‘beste’ hotel van het klein stadje logeren en dat was al redelijk basic, het kon dus enkel nog meer basic worden……

Hij gaat met onze ‘fixer’ van dienst Alex op zoek naar een oplossing. Die ligt uiteindelijk niet veraf. Met ons hebben en houden verhuizen we 200 meter lager de straat in naar een zogenaamd hotel/ guesthouse. Langs de voorkant is het is eigenlijk een fotograaf waar we binnenstappen en vanaf de eerste verdieping zijn er kamers. Water is er niet, dat gaan ze straks 10 minuten ‘aanzetten’, dan kunnen we douchen, met koud water weliswaar. Eten doen we langs de overkant van de straat in een frituur/pizzahok. Alle tafeltjes worden bij elkaar gezet, het is niet echt om blij van te worden. Onze maag is wel gevuld maar daar stopt het. Terug naar het ‘hotel’ maar. Daar volgt de volgende koude douche. Er blijkt een danscafé in het gebouw te zijn net onder waar we slapen. De muziek staat loeihard. Ons smalle bed is een super twijfelaar, zo smal. Doris wil niet tussen de lakens kruipen nadat ze de lakens heeft bekeken, ze slaapt in haar gewone kledij OP het bed, ik zeg foert en ga wel tussen de lakens. Met onze hoofdtelefoon op en een halve slaappil proberen we deze avond snel te vergeten…….

 

dag 8 : Gondar

Vandaag een rustdag in Gondar, een klassieke stop bij een bezoek aan Ethiopie. De stad dateert uit de 17e eeuw, hierdoor zijn er veel middeleeuwse, Spaanse en Portugese architectuur en tradities te zien.Het ligt op zo’n 2.000 meter hoogte en telt op dit moment ongeveer 304.000 inwoners. De bevolking is voornamelijk Christelijk. Tot en met 1855 was het de hoofdstad van Ethiopië. Tegenwoordig is Gondar vooral een toeristische hot-spot die wij ook niet konden voorbijfietsen.

Wegens te moe om veel neer te pennen, een paar Ethiopische weetjes 😉

…”Abessinië” was tot de Tweede Wereldoorlog de officiële naam van Ethiopië.
…De bevolking in Ethiopië groeit explosief (van 33,5 miljoen naar 104 miljoen in 28 jaar)
…Een jaar in Ethiopië kent 13 maanden.
…De klok in Ethiopië gaat pas lopen als het licht wordt.
…Koffie is ontdekt in Ethiopië

 

 

fullsizeoutput_110f

dag 7 : Debark – Gondar 105 km

Debark (Simien mountains)-Gondar 105km

Jammer dat we niet langer kunnen genieten van deze mooie lodge. Na een perfect ontbijt zijn we om 8 u op weg. Eerst 6 km naar het centrum van Debark, een stadje vlakbij. Bij het visitors centrum verzamelen we zodat Pascal de entry’s voor het nationaal park kan regelen. Ondanks het ochtenduur én het feit dat we op 2800 meter hoogte zijn is het al vrij warm, de been en armstukken gaan snel uit. Wanneer we langs het hospitaal rijden horen de eerstes van onze groep geweerschoten en zien ze mensen weglopen. Wijzelf kwamen iets later en hebben de schoten niet gehoord. Even verder wordt iedereen tegengehouden  en zijn er ook problemen bij plaatselijke universiteit, verschillende studenten zijn er slaags geraakt verteld een politieman. Na een paar minuten horen we dat de situatie onder controle zou zijn en fietsen we met onze groep achter de politiewagen de universiteit voorbij. Er staan tientallen mensen langs de straatkant te kijken, ook op het terrein van de univ. een pak volk en politie. Het was even spannend maar een paar kilometer verder was alles terug normaal. Het is opnieuw een prachtige tocht, we dalen eerst 20 km maar al snel komen de klimmetjes al zijn ze niet zo lang als gisteren. Nooit hebben we het gevoel dat we hier constant tussen 2500 en 3000 meter fietsen. Geregeld dorpjes en overal mensen langs de kant. Na 46 km is er lunch, er werden broodjes meegegeven uit het hotel die we opeten bij een drankstalletje. 22 fietsers die ergens  neerstrijken zorgen in een mum van tijd voor een hoop toeschouwers die dé gebeurtenis van de dag waarnemen. Doris heeft ze proberen te tellen, ze stopte bij 75 waaronder veel kinderen, die zich graag laten fotograferen. We zij op onze hoede en de fietstassen worden geen seconde uit het oog verloren. Een zeer pittoreske afdaling van 40 km brengt ons naar Gondar, een grote stad van 200000 inwoners, die tot 1855 de hoofdstad van Ethiopië was. Bij aankomst worden we ontvangen op een zonnig dakterras met thee, koffie en brood met warme honing. Het Four Sisters restaurant waar we ’s avonds eten is volgens Lonely Planet het beste in Gondar.

dag 6: Shire-Debark (Simien mount.) 69 km -700 hm

Shire- Debark (Simien Mountains) 69 km -700 hm

Na een slechte nacht (buikproblemen bij mezelf) en een ganse nacht veel te luide gezangen uit de Christelijke kerken van Shire staat de wekker helaas al om 5u30. We moeten vroeg vertrekken omdat we anders de zonsondergang gaan missen in de Simien Mountains. Dat is een nationaal park en één van de highlights in Ethiopie. Een mooie lodge, met de al even mooie naam Limalimo, wacht daar op ons. Het is geen echt ’Pascal hotel’ zoals wij dat noemen, hij kiest meestal basic hotelletjes  maar hier is er geen keuze, er zijn enkel een paar mooie lodge’s. Hierdoor moeten we al ontbijten om 6 u maar wél met zonsopgang. Iets over 7 u zitten we al op de fiets. Mooie landschappen wisselen elkaar af door een enorme weidsheid en bergen in de verte, die zijn voor straks. Fietsen met opkomende zon is altijd mooi en zeker in een decor als dit. De eerst 52 km zijn makkelijk,  vrij vlak en dalend. Onderweg net zoals gisteren veel bedrijvigheid, mensen met ezels en zoals overal hier ook zwaaiende kinderen. Het venijn van vandaag zit in de staart, er wacht een klim van 10 km. Die vangen we  aan omstreeks  11 u, ik lees bij momenten 38 graden op de gps. Er is geen enkel recuperatiepunt en geen schaduw, het is kruipen en zwoegen naar de top. Wat we zien is wel mooi maar echt genieten is voor straks wanneer we op de top zijn. In het eerste dorpje verzamelen we en wacht er koude frisdrank. Mijn buikkrampen spelen weer op, ik moet op zoek naar een boom, want toiletten zijn hier niet. Ik neem de fiets van Mario en rijd even verder op zoek naar een ‘schuilplaats’. Bomen zijn er genoeg maar bijna overal ben ik in de buurt mensen. Ik verkies toch liever geen toeschouwers vandaar dat het even duurt eer ik ‘verlost’ ben. Onze fietstrip van vandaag eindigt hier, de fietsen gaan in een vrachtwagen en we rijden  3 uur lang door de bergen naar de eindbestemming welke te veraf lag om er heen te fietsen. Het is 17 u eer we aankomen bij Bebark, we bevinden ons op 2800 meter en dat voel je, het is frisjes. Het decor van deze bergketen is zeer imponerend,  heel groen ook. Jammer dat we het mooiste niet vanop de fiets kunnen zien hebben. De weg was op het einde heel slecht berijdbaar én steil. De uitzichten zijn niet te beschrijven, de weinige wolken nemen we erbij.

fullsizeoutput_10ef

 

6181895150_2f9cdf6a54_b__medium

 

 

 

dag 5 : Aksum-Shire 65km

Om 8 u fietsen we weg uit Aksum, we bevinden ons op 2150 meter hoogte. Al na een paar km bevinden we onze al in de open natuur, weg uit de stad. Langs de perfect geasfalteerde weg lopen mensen aan en af, vaak herders met geiten of koeien. Ook veel ezels en sporadisch een kameel die als lastdier gebruikt worden. Invloeden uit het midden oosten zijn hier nooit veraf. We klimmen en dalen afwisselend, nooit heel steil maar toch, het zweet loopt onze rug af bij 30 graden in de zon. Veel enthousiaste mensen onderweg die de duim omhoog steken als ze ons zien voorbijfietsen.

Er is veel landbouw, het hooi ligt te drogen en de uitzichten reiken oneindig ver. Na 25 km een eerste stop in een dorp bij een lokaal cafeetje. In een mum van tijd staan er tientallen kinderen rond ons. Het is opletten geblazen zei Pascal al voor we vertrokken deze ochtend. Alles wat los zit aan de fiets kan snel verdwijnen. Harry, een Nederlandse zestiger had zijn gps niet van zijn stuur genomen en had prijs……hij zal de tocht zonder gps verder moeten doen. We eindigen in Shire, een vrij grote stad die we overschouwen vanuit ons hotel welke op een heuvel ligt. ’s Avonds eten we buiten maar het is wel frisjes, we slapen op 1950 meter.

 

 

dag 4 : Aksum, dag twee…..

De groepreis begint ‘officieel’ vandaag, met een gezamenlijke lunch in het Kuda eethuis. Met 21 zijn we, 19 ‘gasten’ en 2 begeleiders, dus aan onderwerpen geen gebrek. Nadien gaan we met een gids naar de Obelisken bezoeken, die naar verluid 2500 jaar (!) oud zijn. Zoals met de piramides in Egypte is het een raadsel hoe ze dit destijds voor elkaar gekregen hebben. We bezoeken ook een kerk, enkel van de buitenkant wel. Het was nog een luie dag vandaan,  morgen beginnen we eindelijk te fietsen….

dag 3 : Aksum

Ethiopië staat bekend om zijn natuur. In de 14 Nationale parken vind je zeldzame diersoorten, zoals leeuwen, nijlpaarden, luipaarden, olifanten, zebra’s en hyena’s. Verder zijn er watervallen, vulkanen, bergen, zoutmeren, warmwaterbronnen en ravijnen. Er zijn ook verschillende woestijnen waar nog nomadenstammen voorkomen.

Uiteraard gaan we al fietsend maar een fractie van dit aanbod kunnen zien maar is voor de mooiste manier van reizen.

Er heerst een gematigd klimaat. In de hoger gelegen gebieden liggen de temperaturen tussen de 5 en 20 graden terwijl in de lager gelegen gebieden rond de 30 tot 40 graden.

Januari, februari, oktober, november en december zijn de beste maanden om door Ethiopië te reizen, in deze periode vermijden we het langdurige regenseizoen.

Amhaars (Amharisch) is de officiële taal in Ethiopië. Daarnaast komen er nog 80 verschillende talen en 200 dialecten voor (waaronder Engels, Frans en Italiaans).

We kunnen dus kiezen 😀.

Ons gezelschap zal de komende weken vooral bestaan uit Nederlanders en een paar Belgen, van wie er enkele kennen uit vorige fietsreizen. Het merendeel van de groep komt pas morgen aan, enkel Vasco en Ingrid, een koppel uit het midden van Nederland zat  met ons op de laatste vlucht naar Aksum. Iedereen komt op eigen houtje naar Ethiopië. Onze gids is wederom Pascal van Tropical Cyclist. Met hem hebben we al verschillende landen bereist die nogal euh….buiten de comfortzone liggen zeg maar.

Nog een vrije dag vandaag die we gebruiken om de tandem te monteren en de stad wat te verkennen. We ontbijten in een drukke straat op mooi terrasje, vanwaar we het dagelijkse leven letterlijk zien passeren. We eten typisch Ethiopisch, de menukaart is voor ons wel onleesbaar maar we proberen uit te leggen dat we honger hebben en dat het lekker moet zijn 🙂 . Een half uurtje wachten ( this is Africa baby ), maar het is wel lekker wat we krijgen. Er is zelfs internet, we kunnen ondertussen de krant lezen.

Nadien doen we een kort tandemritje door de stad. De blikken van de bevolking verraad dat een tandem wel een beetje raar is hier…..

Druppelsgewijs komt de rest van de groep in het hotel aan, ook Pascal de reisleider met zijn vriendin Monique

 

dag 1 & 2 Ethiopie – Djibouti

Dag 1 & 2

Op een koude dinsdagavond reizen we naar Ethiopie om vandaar te fietsen naar buurland Djibouti. Eerst 7 uur vliegen tot Addis Abeba om daar 7 uur (!) te wachten op de volgende korte vlucht van 2 uur naar Aksum, de meest noordelijkste stad van Ethiopie. Van een vlotte aansluiting is helaas geen sprake. De twee vlucht is met een klein propellervliegtuig, een Bombardier. Twee keer twee rijen met een smalle gang ertussen. De kalmeerpil die Doris neemt bij elke vlucht werkt niet goed voor dit type vliegtuig heb ik de indruk. Wanneer we met deze rammelkist de lucht ingaan herinnert ze zich opnieuw dat ze eigenlijk vliegangst heeft. We doen een tussenstop in Gondar maar na minder dan 30 minuten zijn we opnieuw de lucht in. De luchthaven van Aksum en heel klein, er is amper 1 klein bagagebandje. Onze fietsdoos is er gelukkig bij, altijd spannend en zeker met kleine vliegtuigen. Van deur tot deur zijn we 24 uur onderweg geweest waarvan 9 u in de lucht. Het is valavond wanneer we naar een kort ritje in de taxi aankomen in hotel Amhar. We verkennen ’s avonds even kort de buurt en proeven van de locale specialiteiten. Die werden geserveerd zonder bestek, want naar gewoonte eet men hier met de hand. Dat zagen we op dit moment niet zitten wegens te veel honger én te moe. Met de glimlach kregen we een vork en lepel.

Aksum is de oudste  stad van Ethiopië, in de regio Tigray, niet ver van de grens met Eritrea. De stad heeft 49.523 inwoners (2007). De stad was in de oudheid het middelpunt van het koninkrijk van AksumAksum is een UNESCO werelderfgoed sinds 1980. Belangrijke bezienswaardigheden zijn de kathedraal van onze heilige Maria van Zion waar de ark van het verbond zou staan, een veld met obelisken en de paleizen van Kaleb en de Koningin van Sheba.

 

 

 

 

 

 

 

 

dag 21 : ‘Belgische geschiedenis’

vrijdag 21 juni

35 km – 650 hm

Onze laatste volledige dag spenderen we in Kigali. Met fietsgids Jean verkennen we een deel van de stad. Ik had eerder al wat gesurfd naar ‘fietsen in Kigali, maar dokter Google wist weinig te vertellen hierover. Ondertussen weet ik denk ik hoe dit komt. Fietsen is hier ‘teen en tander’, op de schaal van op en neer behaald Kigali zeker een topscore. We wanen ons in een Europese stad, alles is hier supermodern en extreem proper, geen papiertje op de grond. Aan de overheersende kleur van de bevolking merkt je dat je in Africa bent. De eerste bestemming van de dag is het ‘Kigali genocide memorial museum’. Terwijl Jean op onze fiets past bezoek wij het museum. Echt blij wordt je hier niet maar het is wel iets dat je moét bezocht/ gezien hebben. Veel confronterender is een paar kilometer verder het ‘Belgian Peacekeepers Memorial’. Dit een monument ter nagedachtenis van de 10 vermoorde Belgische blauwhelmen op 7 april 1994. Het monument bevind zich op de plaats waar het allemaal gebeurde! Het kleine gebouw waar ze zich verschansten en waar ze vermoord werden staat er onaangeroerd mét de kogelgaten nog in de muren. Binnen wordt alles chronologisch nog eens uitgelegd. ( meer info over de genocide en de blauwhelmen ;   http://www.paracommando.com/history.php?naoorlogs.rwanda )

Nadien gaan met Jean een koffie drinken en ronden we na een bezoekje aan de fietswinkel waar hij werkt onze fietsdag af. Onze benen hebben er even genoeg van…

 

dag 20 : ‘ This is Africa ‘( part…..)

Donderdag 20 juni

Een niet te vermijden transferdag vandaag, met de fietsen op het dak verplaatsen we ons naar Kigali. Volgens de gids ongeveer 4 u rijden maar met ‘this is Africa’ in gedachten zijn we redelijk sceptisch. Om 7 u zijn we al onderweg, da’s alvast een goeie start. Om 12 u zouden we er moeten zijn en gegeten hebben want rond die tijd hebben we afspraak met een ‘nieuwe’ gids/ fietser uit Kigali, die ons de mooiste plekjes van de stad zal laten zien. Vandaag nemen we afscheid van onze Ugandese gidsen. Het is wel een beetje anders uitgedraaid. Onze chauffeur Robert, heeft zich van weg vergist, eer we het goed en wel beseffen zijn we een enorme omweg aan het maken, door het Nyungwe national park. Mooi, dat wel, maar geen meter vlak en duizenden bochten die hij aan 40 km/u afmaalt. Het wordt een rampritje. Dat hij was ‘vergeten’ te tanken kwam er nog bij. In een dorp zonder benzinestation en het rode lampje dat aangaf dat het meer dan tijd was om te tanken kregen we het warm en koud tegelijk. Gelukkig is er in Africa voor alles een oplossing, iemand had toch een bidon met 25 liter benzine, we waren gered. In Butare, een grote stad te zuiden van Kigali nog eens verkeerd gereden, het was ons dagje niet. Afijn, om 16.30 waren we eindlijk bij het hotel, zo’n 4 uur later dan voorzien. De Kigali fietstocht zal voor morgen zijn, we hebben gelukkig nog een extra dag. We nemen hier afscheid van Robert en Gerard, ze hebben hun best gedaan de afgelopen weken, hier en daar was het wel een beetje T.I.A.

fullsizeoutput_f2b

dag 19: ‘Kalm varken – grote matras’

Woensdag 19 juni

56 km  – 1200 hm

Laatste dag langs het Kivumeer, de eerste 8 km is nog onverhard, de rest gaan we over asfalt. ‘Rwanda, het land de duizend heuvels’ wordt nogal eens gezegd, het klopt 100%. Of-road klimmen is veel koeler, dat is zeker. Over het asfalt voelen we de hitte letterlijk uit de grond komen, op de middag halen we vlot 30°C. Sinds we in Rwanda zijn hebben we gans de tijd al mooi weer gehad, de bijna constante bewolking  in Uganda zien we hier niet. We zien vaak uitgestrekte rijstvelden, we wanen ons bij momenten in Azie. Verrast zijn we ondertussen niet snel meer maar wanneer we een fietser zien die een grote matras achterop zijn bagagedrager meeneemt of een andere met een meer dood dan levend varken die ons in een afdaling voorbij stuift, dat blijft toch euh….apart. Gaia zou hier niet makkelijk voet aan de grond krijgen….

fullsizeoutput_f2f

fullsizeoutput_f22

 

 

dag 18 : ‘Rustdag op tourparcours’

dinsdag 18 juni

30 km – 790 hm

Een onvoorziene ‘rustdag’, al kan fietsen in Rwanda nooit echt rusten zijn door de opeenvolging van de vele heuvels. Het was voorzien dat we naar een theeplantage hoog in de bergen zouden fietsen, een klim van 35 km, maar het bijhorende guesthouse veranderde sinds kort van eigenaar en is tijdelijk gesloten. Een kortere rit van 30 km over asfalt was een mooi alternatief, hier haalden we toch nog bijna 800 hoogtemeters. Onderweg werden we door een groepje wielertoeristen voorbij gereden op één van vele klimmetjes. Het is een rit uit de Tour of Rwanda die we vandaag deels fietsen. Voor de derde dag op rij logeren we aan het Kivumeer in Gishyta.

 

 

dag 17 : ‘Frietjes met zoete bananen’

maandag 17 juni

64 km – 1480 hm

Afgelopen nacht heeft het stevig geonweerd, benieuwd of het zullen merken aan den ondergrond straks, eens we onderweg zijn. De tweede dag langs het Kivumeer wordt even uitdagend als gisteren zegt Gerard onze gids. Hij is hier voor de vierde keer, hij weet wat er voor ons ligt, ‘vandaag is mijn favoriete stuk van het parcours’ zegt hij. Al van bij het hotel stijgen we 200 meter op iets meer dan 1 km, da’s serieus bergop, de losse stenen van gisteren liggen er nog steeds. Deze strook is tekenend voor eerste deel, de eerste 30 van 64 km. De zon is in goeie doen, het zal een warme dag worden. Vandaag fietsen we vaak op single tracks, het parcours is totaal anders dan gisteren, mooier en vooral minder dikke stenen. We hadden vooraf geen idee welk parcours we gingen hier in Rwanda zouden krijgen maar 1 ding is zeker, het is veel technischer dan we verwacht hadden. Een stevige mountainbike is een must. Onze tandem is hierop wel voorzien maar ik had toch beter een verende vork gemonteerd blijkt achteraf. We fietsen langs veel pittoreske plaatsjes die vragen om een foto. Ook vandaag langs verschillende koffieplantages waar koffiebonen gefermenteerd worden. Nadien worden ze in de zon te drogen gelegd. In de dorpjes die we langsrijden is meestel geen elektriciteit, een koel drankje zit er niet in. Massa’s kinderen zien we, die ook vandaag zonder uitzondering heel enthousiast reageren wanneer we langsrijden. Voor een foto zijn ze soms te verlegen maar Gerard stelt hen dan gerust dat wij ‘goeie muzungus’ zijn. Na 30 km en 900 hoogtemeters  is het tijd voor het lunchpakket dat we deze ochtend meekregen. Gebakken, zoete bananen met frietjes en kip met groenten, dit alles stond al vier uur in het busje, maar honger is de beste saus !  Vanaf hier gaan we nog 34 km over asfalt, het off-road gedeelte stopt hier, het zou te laat worden anders. We deden bijna 4 uur over de eerste 30 km, fotostops inbegrepen, dat zegt veel over de zwaarte van het parcours. Logies vinden we vandaag in Kibuye, opnieuw bij het meer in heel schilderachtige huisjes die ze ‘Rwiza Village’ gedoopt hebben.

fullsizeoutput_e95

 

 

fullsizeoutput_e8d

 

 

 

dag 16 : ‘Congo Nile Trial starts here’

Zondag 16 juni

Vandaag fietsen we de eerste dag op het officiële Conge Nile Trail, genaamd naar de bergketen, niet naar het land of de rivier. Deze route is 227km lang en loopt langs het Kivu meer. De route is gekend bij fietsers en wandelaars en geeft een mooie indruk waarom Rwanda het land van de duizend heuvels genoemd wordt. De afgelegen route is het toneel voor de mooie panoramische kustlijn lang het meer, we fietsen langs thee en koffieplantages en door afgelegen dorpjes waar we getuige zijn van het dagelijks (over)leven. Het is zondag en zien opnieuw dat vooral de vrouwen hun mooiste kleed aangetrokken hebben om naar de kerk te gaan. We stappen onderweg een kerk binnen waar op een groot podium het locale kerkkoor het beste van zichzelf gaf, wel tof om eens mee te maken. Bij het herstellen van een lekke band kunnen we ons onmogelijk eenzaam voelen, meteen staan er 10 kinderen rond ons. Met enkele van hen maak ik een klein ritje achter op de tandem. Amper 40 km stond  vandaag op het programma, ik dacht gisteren, da’s een wandelingetje maar ik durf dit vandaag niet meer herhalen. Het is zwaar door het vele klimwerk maar nog meer door de ruwe rotsige ondergrond. Ons zweet loopt langs alle kanten naar beneden. We logeren in Kinunu, vlakbij het meer.